Myofasciale Therapie - spierkettingen
Deze gegevens komen uit het boek : "MYOFASCIAL MUSCLE CHAINS" van Peter Jonckheere en Jan Pattyn - een publicatie van Trigger vzw.
Te bestellen :
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft JavaScript nodig om het te kunnen zien.
of via de Trigger Shop
inleiding
doel van dit werk
Een gebruiksvriendelijk overzicht maken van de myofasciale classificatie van de spieren per pijnregio in functie van focaliteit en uitstraling, waardoor de myofasciale spierkettingen in een oogwenk kunnen worden geraadpleegd.
methode
In functie van de myofasciale pijnregio’s, werden de pijn-focaliteit en uitstralingspijn per spier, op basis van de gegevens uit de internationale literatuur, visueel in kaart gebracht op computer. Daaruit werden per myofasciale pijnregio de primaire (spieren die focale pijn geven) en secundaire (spieren die uitstralingspijn geven) myofasciale spierkettingen bepaald en in tabel gebracht.
resultaten
1. classificatie van de spieren opgesplitst in 61 pijnregio’s, volgens focaliteit en uitstraling.
2. classificatie van de geassocieerde spieren in dysfunctie, per pijnregio.
3. classificatie van de ontwikkeling van myofasciale spierkettingen vertrekkend vanuit een welbepaalde spier.
4. classificatie van de myofasciale spierkettingen waar een welbepaalde spier voorkomt in de spierketting van een andere spier.
conclusies
Via een compact naslagwerk (praktisch werkboek) wordt het de onderzoeker of therapeut makkelijk gemaakt myofasciale dysfuncties op te sporen. Door de ontwikkeling van de myofasciale spierkettingen kan zo het verloop van de pijn worden verklaard en is er een aangrijpingspunt om via die oorzakelijke spierkettingen doeltreffend myofasciale dysfuncties op te heffen.
praktische werkwijze
Met Myofasciale Therapie behandelen we via Trigger Punten, pijnen die hun oorzaak vinden in het verkeerd functioneren van spieren.
Het doel van dit werk is een gebruiksvriendelijk overzicht maken van de myofasciale classificatie van de spieren per pijnregio, in functie van focaliteit en uitstraling, waardoor de myofasciale spierkettingen in een oogwenk kunnen worden geraadpleegd.
werkwijze hoofdstuk 4 : De spierkettingen per pijnregio
doel
Het zoeken van de belangrijkste spieren vertrekkende vanuit de pijnzone door de patiënt aangegeven.
We denken horizontaal.
Hoe bepalen we nu welke spieren er verantwoordelijk zijn voor pijn in een bepaalde regio? We vertrekken vanuit een bepaalde pijnzone aangegeven door de patiënt.
Per pijnzone krijg je een overzicht van de primaire en de secundaire spierkettingen in een tabel.
- primaire spierketting = minimum 3 spieren die focale pijn geven.
- secundaire spierketting = minimum 3 spieren die uitstralingspijn geven.
vb. patiënt klaagt van pijn in de nek.
focaal
- Splenius Cervicis (OTP)
- Levator Scapulae
- Multifidus (nek)
- Trapezius (TP1,2,3)
uitstraling
- Infraspinatus (Bovenste 2TPs)
- Sternocleidomastoideus (sternaal)
- Suboccipitale
Uit dit schema kunnen we onmiddellijk aflezen dat er 4 spieren zijn die thv. de nek focaal pijn geven. Met algometrie (cf. hoofdstuk 2) bepalen we welke van deze spieren een Actief Trigger Punt bevatten.
actief TP = TP dat bij palpatie de herkenbare pijn uitlokt.
Via elke spier uit de primaire spierketting met een actief TP, kan een associatie spierketting vertrekken.
associatie spierketting = een spierketting die enkel bestaat uit spieren die vanuit hun spier in dysfunctie, Trigger Punten ontwikkelen in geassocieerde spieren.
vb 1. onze patiënt met nekpijn vertoont een actief TP in de M. Multifidus.
Multifidus
- Levator Scapulae
- Semispinalis Capitis
- Semispinalis Cervicis
- Sternocleidomastoideus
- Splenius Cervicis
In dit schema zien we dat de M. Multifidus 5 associatie-spieren bevat.
Welke van die 5 associatie-spieren geven nu ook focale of uitstralende nekpijn ?
Multifidus (nek)
- Levator Scapulae
- Splenius Cervicis
In ons voorbeeld zijn de twee hierbovenvermelde spieren de enige die focale pijn geven in de nek. We spreken van een primaire associatie-ketting.
We verwaarlozen hier de M. Sternocleidomastoideus omdat deze voor de nek enkel uitstralingspijn geeft en daarom niet bij de primaire associatie-ketting kan worden gerekend.
In dit werk geven we in functie van elke pijnregio enkel de zuiver primaire en secundaire associatiekettingen weer.
vb 2. onze patiënt met nekpijn vertoont een actief TP in de M. Splenius Cervicis.
Splenius Cervicis
- Sternocleidomastoideus
- Trapezius
- Splenius Capitis
- Suboccipitale
In dit schema zien we dat de M. Splenius Cervicis 4 associatie-spieren bevat.
Welke van die 4 associatie-spieren geven nu ook focale of uitstralende nekpijn ?
Splenius Cervicis
- Suboccipitale
- Sternocleidomastoideus (Sternaal)
Dit zijn in ons voorbeeld enkel de twee hierbovenvermelde spieren. Daar ze allebei enkel uitstralingspijn geven spreken we van een secundaire associatie-ketting.
De M. Trapezius wordt om dezelfde reden hier niet bij gerekend.
In dit hoofdstuk hebben we nu bepaald welke spieren er myofasciaal betrokken zijn voor een bepaalde pijnregio. Wanneer we dat nu nog verder willen uitdiepen raadplegen we hoofdstuk 4 : de spierkettingen per spier. Zo vinden we de links naar andere pijnregio’s.
werkwijze hoofdstuk 5 : de spierkettingen per spier
doel
Het vinden van de links (eventueel naar andere pijnregio’s) vanuit de al gevonden spier.
We werken hier verticaal.
We vertrekken vanuit een spier in dysfunctie, zoals bepaald in hoofdstuk 3.
vb. een dysfunctie van de M. Trapezius.
kettingen die vertrekken vanuit Trapezius
Hier volgt een opsomming van de spieren die geassocieerd zijn aan de M. Trapezius.
associatie-spieren
(volgens Travell & Simons)
- Levator Scapulae
- Trapezius (heterolateraal)
- Supraspinatus
- Rhomboideus Major
- Rhomboideus Minor
- Pectoralis Major
- Scalenus
- Temporalis
- Occipitofrontalis
Daarna volgt een opsomming van de primaire en secundaire associatie-kettingen die vertrekken vanuit de M. Trapezius in functie van verschillende pijnregio’s.
Primaire associatie-kettingen
hoofd - lateraal
- Temporalis
- Trapezius (heterolateraal, TP1)
- Occipitofrontalis
nek - posterior
- Levator Scapulae
- Trapezius (heterolateraal, TP1,2,3)
enz.
Secundaire associatie-kettingen
hoofd - occipitaal
- Trapezius (heterolateraal)
- Temporalis
- Occipitofrontalis
schouder - posterior
- Levator Scapulae
- Scalenus
kettingen waar Trapezius in voorkomt
Bij een chronische klacht, waar verschillende pijnregio’s betrokken zijn, kom je er op bovenstaande manier niet altijd uit, omdat er zich reeds verschillende spierkettingen hebben ontwikkeld en elkaar hebben opgevolgd. Om terug te gaan naar de initiële spierketting moeten we dus omgekeerd te werk gaan. Dit doen we door te gaan kijken in welke ketting van een andere spier de Trapezius voorkomt.
Hieronder volgt een opsomming van de spieren waar de M. Trapezius een associatie-spier van is.
is associatie-spier van
(volgens Travell & Simons)
- Supraspinatus
- Rhomboideus Major
- Rhomboideus Minor
- Pectoralis Major
- Scalenus
- Temporalis
- Suboccipitale
- Sternocleidomastoideus
- Splenius Cervicis
- Splenius Capitis
- Biceps Brachii
We geven een opsomming van de verschillende associatie-kettingen waar de M. Trapezius in voorkomt. Dit doen we in 3 kolommen. Eerst de spier waaruit de associatie-ketting vertrekt. In de tweede kolom de mogelijks betrokken pijnregio en in de derde kolom de eigenlijk associatie-ketting waar de M. Trapezius in voorkomt.
Primaire associatie-kettingen
Trapezius nek > posterior
- Levator Scapulae
- Trapezius (heterolateraal, TP1,2,3)
Suboccipitale > hoofd-lateraal
- Semispinalis Capitis
- Sternocleidomastoi-deus (Sternaal)
- Trapezius (TP1)
Secundaire associatie-kettingen
Rhomboideus Minor > rug - midden - thoracaal
- Trapezius
- Levator Scapulae
Sternocleidomastoideus > hoofd - occipitaal
- Splenius Cervicis
- Temporalis
- Trapezius (TP1,2,3)
definities
Myofasciale spierkettingen
voorwaarden
- de aanwezigheid van minimum 3 spieren
- de aanwezigheid van minimum 1 TP per betrokken spier
- de aanwezigheid van minimum 1 actief TP in de ketting
soorten
- rechtstreekse Myofasciale spierketting
- Verzameling van spieren die voor een welbepaalde regio, bij dysfunctie, pijn kunnen veroorzaken.
- Primaire Rechtstreekse Myofasciale spierketting
- Verzameling van alleen spieren die voor een welbepaalde regio, bij dysfunctie, FOCAAL pijn kunnen veroorzaken.
- Secundaire Rechtstreekse Myofasciale spierketting
- Verzameling van spieren die voor een welbepaalde regio, bij dysfunctie, niet alleen focale, maar ook uitstralingspijn kunnen veroorzaken.
- myofasciale Associatie spierketting
- Verzameling van spieren die vanuit hun spier in dysfunctie, associatie TP’s ontwikkelen in andere spieren.
- Primaire Myofasciale Associatie spierketting
- Verzameling van spieren die vanuit hun spier in dysfunctie, associatie TP’s ontwikkelen die voor een welbepaalde regio FOCALE pijn geven.
- Secundaire Myofasciale Associatie spierketting
- Verzameling van spieren die vanuit hun spier in dysfunctie, associatie TP’s ontwikkelen die voor een welbepaalde regio niet noodzakelijk alleen focale pijn geven.
- Trigger Punten
- Een zelfonderhoudende hyperirriteerbare plaats in een skeletspier of zijn geassocieerde fascia.
- actief Trigger Punt
- Een uiterst gevoelig punt dat bij palpatie een herkenbare pijn veroorzaakt, die volledig of gedeeltelijk overeenstemt met het pijntraject van de spier in dysfunctie.
- latent Trigger Punt
- Een punt dat enkel bij palpatie een locale pijn veroorzaakt.
- vals positief Trigger Punt
- Een punt dat een uitstralingspijn veroorzaakt :
- ofwel : - niet conform aan de herkenbare pijn,
- ofwel: - conform aan het specifieke traject voor dit trigger punt maar bij een algometrische score die hoger is dan de MPI.